Direct naar de navigatie

Shellac of North America

Is een optreden van Shellac interessant als je Shellac niet kent? Het valt te betwijfelen. Voor degene die van snoeiharde rock houden waarschijnlijk wel. Shellac is een band die hun muzikale uitingen compromisloos aanpakken.

Tekst en fotografie: Erik Ros

Ze bieden geen visuele show. Ze kleden zich niet speciaal. Ze pakken niet uit met spectaculaire visuals. Ze gebruiken zelfs niet de mogelijkheden van het lichtarsenaal dat Paradiso tot zijn beschikking heeft.
De belichting is als volgt geregeld. Achter het podium hangen lampen die een spaarlamp wit licht over het podium schijnen. Voor het podium hangen een aantal spots die het podium gloeilamp geel uitlichten.

Na het voorprogramma zet de drummer zelf zijn drumstel neer. Midden voor op het podium. De bandleden komen op. Ze zijn erg casual gekleed: kleren die gedragen worden tijdens het klussen.
Het is niet dat ze er niet over na hebben. Het betreft, zoals alles bij deze band, een bewuste keuze. Shellac maakt compromisloze minimale rock. De nummers zijn hard, strak en genadeloos. het geluid ademt zelfvertrouwen, doorzettingsvermogen en vechtlust.
Kort nadat het optreden is aangevangen biedt Bassist Bob Weston de mogelijkheid vragen te stellen. Er worden onzinnige vragen gesteld over de haarkleur van de drummer. Er ontstaat een melig sfeertje.

Humor

Gelukkig zijn de Shellac-mannen niet alleen maar bezig met nummer na nummer strak en hard knallen. Er is ruimte voor humor. Naast natuurlijk het vraag antwoord gebeuren dat behoorlijk geinig is, zijn er twee ingestudeerde sketches die de heren opvoeren. De eerste sketch bestaat eruit dat de drummer zijn bekkens aanslaat en dat bassist en gitarist de bekkens weer dempen. Dit wordt een aantal maal herhaalt.
Het tweede komische item van de avond bestaat eruit dat de mannen net doen of ze niet weten hoe ze het volgende nummer moeten beginnen. Ze proberen af te tellen. Ze sporen elkaar aan te beginnen: lachen…

Het hoogte punt van de show is The End of Radio. Een nummer dat voor Shellac begrippen experimenteel genoemd kan worden. Steve Albini scandeert teksten over een monotone baslijn terwijl drummer Todd Trainer rond huppelt met een snaredrum en er in het wilde weg op los roffelt. Veel Shellac-fans weten dit niet te waarderen. Het is ongeveer het enige nummer dat ruimte biedt voor improvisatie (Behalve voor de bassist dan). Vergeleken met de andere nummers is het theatraal.

Op de volgende pagina is extra informatie over Shellac te lezen.

Paradiso 2007:
volgende pagina